‘Hé Bart, kijk eens naar buiten. Moet je snel zijn !!, de pindakaaspot. Daar zit een hele vreemde vogel bij!’
Ik schrok me dood en de vogel ook, want toen ik mijn blik op het raam richtte was hij al gevlogen. ‘Wat was dat voor een beest dan?’, vroeg ik.
‘Geen beest, een vogel. Ik weet niet wat voor één dat was. Wel zeldzaam schat ik zo in.’
‘Dat zou bijzonder zijn’, zei ik om me vervolgens weer op mijn tablet te richten waar ik net bezig was met een spelletje Wordfeud. ‘Moet je een foto van maken’, adviseerde ik.

‘Misschien komt hij terug. Blijf nou even kijken.’ Ik keek opnieuw. Niks te zien. ‘Ik denk dat hij zijn biezen heeft gepakt. Hij is vast geschrokken. Van jou’, zei ik pesterig.
‘Toch is dat leuk, al die vogels in de tuin.’ Ze bleef kijken.
‘Ja, het is een vrolijke boel met dat mussentuig’, zei ik. ‘Tjonge jonge, ik zit me hier toch een partijtje te klungelen. Ik kan vierendertig punten scoren, maar dan bied ik tegelijkertijd wel een onbedoelde opening voor Toos. En die ketst hem er ongetwijfeld vol in.’
‘Jij altijd met die stomme spelletjes’, zei ze terwijl ze met haar armen over elkaar naar buiten stond te kijken.

‘Is die peenvogel inmiddels al weer teruggekeerd?’, vroeg ik wat later.
‘Nee, nog niet. Waar heb je het fototoestel?’, vroeg ze.
‘Batterij is leeg. Neem je telefoon maar. Die maakt ook mooie plaatjes.’ Ze pakte haar telefoon van tafel en stelde zich weer op voor het raam.
‘Dat zal je dan net zien, dan komt hij niet meer.’
‘Ik kan “qat” leggen. Maar dat scoort zo te zien ook niet echt.’ Ik moest ervan zuchten.
‘Er is momenteel een pindakaas-veldslag gaande onder de mussen.’ Ze richtte haar telefoon en schoot een plaatje.
Ik keek op. Plotseling stoof de kolonie uiteen en werd het stil in de tuin.

‘Bart, kijk, daar zit ie weer’, zei ze nu zacht. Ze richtte het telefoontje.
Ik ontdekte een gekleurd dingetje op het stokje voor de ingang van de calvépot. ‘Verdomd, dat moet een zeldzaam vogeltje zijn. Heb je hem op beeld?’ Ze knikte. ‘Mooi vogeltje hè, trouwens geen idee wat het is.’
‘Ik ook niet’, zei ik. ‘Stuur die foto eens door, dan kijk ik even.’ Wat later ontving ik een “ping” op mijn tablet en opende het app-je.
‘Ik heb hem. Hij is wel mooi, maar ik kan hem niet zo één-twee-drie vinden op internet.’ Ik keek nog wat vogelsites na en besloot toen het fotootje maar op Facebook te plaatsen met de vraag of iemand dit zeldzame vogeltje herkende.

‘Is dat wel handig?’, vroeg ze.
‘Hoezo? Dit is héél handig.’
‘Schat, vóór je het in de gaten hebt, staan hier vijfduizend vogelaars op de stoep.’
‘Nou, dat zou niet verkeerd zijn. Mogen ze hier tegen betaling plassen en dan schenk jij koffie. Dat wordt kassa !!’ Ik zag het wel zitten.
Er klonken nu wat pingeltjes uit de tablet. ‘Je hebt beet’, zei ze.
Ik keek naar het scherm en telde in de gauwigheid twaalf berichtjes. Ik opende de eerste, toen de tweede en de derde… ‘En?’, vroeg ze.

Ik schraapte mijn keel en las voor. ‘Hé Bart, ouwe vogelaar, dat zeldzame vogeltje van jou is niets anders dan een simpele bonte specht. Daar vliegen er honderdduizend van in het rond. Trouwens, nu je zo’n interesse aan de dag legt voor onze gevleugelde vrienden: Ik kan je lid maken van vogelclub de gele kanarie. Heel leerzaam. Stuur maar een berichtje of je dat wilt.’ Het werd afgesloten met een schaterende smiley.

Ik heb mijn bericht van Facebook gehaald.

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Reageer.

300
  Subscribe  
Notify of
Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better