Ze stond voor me in de rij bij de kassa en was druk met het plaatsen van haar boodschappen op de band. En dat duurde wel even want de kar was behoorlijk vol en de band te kort. Meestal begin ik dan wat onrustig te worden omdat ik een aangeboren weeffoutje heb wat zich altijd bij de kassa openbaart: kassafobia. Ik voel me dan heel erg opgesloten in het laantje zo tussen de kassa’s en wil dan het liefst zo snel mogelijk de winkel uit.

Ik keek dus wat onrustig naar de kassavorderingen van de caissière en het stouwwerk van de dame voor mij. Ze was van ruim over de middelbare leeftijd en had naar mijn idee een verjaardag of zoiets in het verschiet. En dat bleek ook want toen ze aan de beurt was, ging ze eerst over tot een uitvoerige uitleg van haar inkoop-doel.

‘Ik ben morgen jarig’, zei ze.
‘O, leuk, alvast gefeliciteerd. Heeft u de bonuskaart bij de hand?’ Vroeg de caissière praktisch. Ze trok haar portemonnee en plukte de kaart tevoorschijn.

‘Ja, zo’n verjaardag is wel leuk, maar ik ben net verhuisd en zit in zo’n nieuwbouwwoninkje. Net veertien dagen geleden opgeleverd. Buiten is het nog ene grote zand en moddervlakte en alles loopt naar binnen.’
‘Ja, dat is vervelend’, zei het meisje.

Ze keek nu mij aan. ‘Kent u dat? Net nieuwe vloerbedekking en dan zo’n zootje bij de keet. Meneer, ik heb vier kleinkinderen. Dan weet u vast al genoeg.’
Dat wist ik niet maar had helemaal geen zin om de benodigde kennis te vergaren.

‘Kunt u alvast wat in uw tas pakken?’ Vroeg de caissière. ‘Ik kan uw boodschappen niet meer kwijt.’

‘Het is wel een mooi huis, maar als iedereen morgen komt, dan is het aan het eind van de dag een ruïne.’ Ze pakte nu wat spullen in haar tas.
‘Ik denk dat mijn twee broers allebei komen. Met hun vrouw. En dan natuurlijk Zus. En dan hun kinderen weer met de kleinkinderen. Ik heb er vier. Wel lief hoor, maar ze maken zo’n rommel. En eh, wie ben ik nu nog vergeten.’ Ze dacht na. De handjes van de caissière stonden stil en die van mij begonnen vanwege de weeffout flink te jeuken.

‘Twee broers, dat is twee.’ Ze gebruikte haar vingers als telraam. ‘Vrouwen, dat is vier. Zus is vijf. Kinderen van zus is twee met aanhang is vier, kom ik op negen. En dan ik nog. Dat is tien. En dan nog vier kleinkinderen. Dat is veertien. Volgens mij ben ik toch nog iemand vergeten. Broers, aanhang, zus, kinderen, kleintjes, ikzelf.’

‘Uw man misschien?’, ik deed toch nog een aanvullende duit in haar zakje in de hoop dat het rijtje nu compleet was en ze snel haar biezen zou gaan pakken.

‘Mijn man ? Ach ja, natuurlijk. Die was ik vergeten. Het beste paard in de stal. Hij zit buiten in de auto te wachten want hij kan niet tegen drukte. En dan is zo’n kassa natuurlijk niet bevordelijk voor zijn innerlijke rust.’

Dat herkende ik volledig. Ik had inmiddels mijn pak melk op de band gelegd en wachtte ongeduldig op het afrekenmoment van mijn voorgangster. Die kwam korte tijd later en nadat ze was overladen met vragen rond zegeltjes voor etentjes, uitjes, pannen, sparen en weet ik wat voor een rotzooi er nog meer via de kassa wordt aangeboden, vertrok ze.

‘Mag ik uw bonuskaart, meneer?’, vroeg de caissière zichtbaar opgelucht.
‘Ik ben morgen ook jarig’, zei ik met een knipoog wijzend op het pak.

‘Alvast gefeliciteerd’, zei ze.
Ik smoorde de daarop volgende zegeltjesvragen in de kiem, betaalde het pak melk en verliet met hoge snelheid de winkel.

Terwijl ik op de parkeerplaats naar de auto liep, zag ik ze staan. Haar man laadde de boodschappen in de auto. Zij staarde stilletjes naar haar tien vingers die ze volledig opengevouwen voor zich hield.

Ik hield het op een rekenfoutje.

Bart

Copyright brompot september 2017

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Reageer.

Reageer als eerste.

Notify of
avatar
300
wpDiscuz
Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better