‘Ik moet nu even goed zoeken naar een alternatief’, zei Bert. Hij stond bij een soort van Franse Kwikfit met zijn neus voor een rek vol plastic doosjes met electrische onderdelen. ‘Hoe noem je kabelschoentjes op zijn Frans, schat?’, vroeg hij.
‘Ja, weet ik veel. Dat is technisch frans. Ik heb alleen aanrecht frans gehad op school.’
‘Wat heb je dan aan zo’n opleiding’, mopperde Bert.

Bert was pissig. Op de hele wereld maar vooral op zichzelf. Bij een tussentijdse overnachting had hij de koppeling van de caravan van de trekhaak gehaald, maar vergeten de caravanstekker uit het autostopcontact te trekken. Toen Truus de hele camping alarmeerde dat hij moest stoppen, was het leed al geschiedt: de stekker en het snoer waren voor het leven gescheiden.

Terwijl Truus quasi triomfantelijk een bosje met twaalf kabels omhooghield, kroop Bert luidscheldend uit de auto. Nadat hij eerst vijf coupletten van het Wilhelmus over de camping had laten galmen en twintig nieuwsgierige campinggasten met twintig goedbedoelde adviezen had weggestuurd, kwam hij weer langzaam tot bezinning. De stekker werd uit elkaar gehaald en eigenlijk hoefde er niets anders te gebeuren dan de kabels en de stekker weer te verenigen.

‘Hier heb ik wel iets’, zei Truus. Ze hield een zakje met dingetjes omhoog.
‘Dat zijn stekkertjes, daar heb ik niks aan. Die passen toch niet?’
‘Weet ik veel’, riep Truus.
‘Nee, inderdaad. Laat mij nou maar even.’ Bert liep ze allemaal af maar vond niet dezelfde.

‘Ze hangen op kleur, zie je dat?’, vroeg ze.
‘Nee, ze hangen op soort.’
‘Maar in elk doosje zitten dingetjes met dezelfde kleur.’
‘Ja, dat zal, maar daar heb ik niks aan. Laat mij nou even rustig zoeken. Ga jij even bij de banden kijken of zo.’
‘Banden? We hoeven toch geen nieuwe banden?’
‘TRUUS LAAT ME MET RUST !!!!!!’ Bert werd zenuwachtig. Opnieuw liep hij langs het rek en graaide uiteindelijk een doosje kabelklemmetjes die hij met een kleine aanpassing kon gebruiken.

‘Ja, we kunnen’, riep Bert. ‘Alleen nog afrekenen. Zie jij daar kans toe?’, vroeg hij.
‘Ja hoor’, ze pakte het doosje aan en liep naar de kassa, in dit geval een dame achter een computer. Truus overhandigde het doosje. Bert keek ondertussen  nog wat rond. Na enige discussie met de computerjuf, reden ze terug naar de camping.

‘Ze deden me toch een potje moeilijk aan de kassa’, zei Truus toen ze wat later aan de koffie zaten.
‘Hoezo dan?’, vroeg Bert.
‘Ze had een klantnaam nodig want die moest in de computer worden geklopt. Maar ik had geen zin om onze eigen naam op te geven.’
Bert plukte de opgevouwen rekening van tafel en trok hem los.
‘Wacht even, Truus, wat voor een naam heb je opgegeven?’, vroeg hij verbaasd.Truus keek hem lachend aan.
‘Monsieur Jean LĂ»lle de la Hollande?’, las Bert hardop.

‘Ja, ik vond deze naam wel bij dit gevalletje van pech passen…’

Bart

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Leave a comment

Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better