Een klepmuts

‘Waar blijf je nou?!’, riep mijn echtgenote ongerust toen ik naar haar zin te lang onderweg bleef met brood halen. ‘Dat brood is inmiddels dik over de datum!’

‘Maak je je nou ongerust over mij of over het brood?’, wilde ik weten.
‘Man, de eieren zijn inmiddels koud.’
‘Was er wat aan de hand of zo?’
‘Nee hoor, maar ik liep die klepmuts van plek tien tegen het lijf. En dan weet je het wel.’
‘Dan kun je toch gewoon zeggen dat je op moet schieten?’
‘Dat heb ik ook. Maar toen begon ze een psalm te galmen over haastige spoed en iets van zelden goed. En ik kon me daar wel iets bij voorstellen.’
‘Hoezo voorstellen?’
‘Ze moest trouwen.’
‘Dus… terwijl de eieren koud worden bespreekt meneer hier nota bene met het brood onder de arm op zijn gemak de seksuele uitspattingen van Troela.’
‘Nee hoor, maar ze vertelde dat ze dertig jaar getrouwd is en een dochter heeft van √©√©nendertig.’ Ik vond het logisch.
‘Dus daar heb je het ook nog over gehad.’
‘Ja, en over corona. Dat ze hier in Frankrijk heel voorzichtig moet zijn.’
‘Had jij je mondkapje op?’, vroeg ze.
‘Ja, ik wel. En ik heb haar geadviseerd voortaan een verstelbare mondkap te dragen.’
‘Verstelbaar? Hoezo verstelbaar?’
‘Nou, die kun je aan de achterkant flink strak aandraaien.’¬†
‘Nou ja zeg. Dan krijgt je toch bijna geen lucht meer!!!’
‘Klopt, maar dan houd ze in ieder geval haar mond en worden de eieren niet meer koud.’
Bart

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Leave a comment

Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better