‘Kan er niet gewoon een stekkertje loszitten of zoiets?’, vroeg ze. Ik was bezig met het uit elkaar halen van een schemerlamp die niet meer wilde branden. De  lamp was inmiddels positief getest en er bleven nog twee mogelijkheden over: het snoer of de schakelaar.
‘Er zit geen stekkertje aan’, reageerde ik ongeïnteresseerd op haar opmerking.
‘Nou, ik zie wel een stekker.’ Ze wees naar de stekker aan het eind van het snoer.
‘Ja, er zit wel een stekker aan maar geen stekkertje.’
‘Dat snap ik niet’, zei ze.
Dat had ik weer. Leg maar eens uit dat er een verschil bestaat tussen een stekkertje wat zij in eerste instantie bedoelde en de stekker aan het eind van het snoer wat ik bedoelde.
‘Leg ik je nog wel een keertje uit’, ontweek ik de discussie.
‘Heb je die stekker wel gecontroleerd dan?’
‘Het ligt niet aan die stekker. Ik denk dat de schakelaar verrot is.’
‘De schakelaar verrot?’
‘Ja, verrot, stuk, kapot… hoe noem je dat?’
‘Hij doet het niet meer’, verduidelijkte ze.
‘Ja, zoiets’.
‘Kun je dat controleren en eventueel repareren? Het is zo’n leuk lampje.’
‘Het is een klotelamp’, zei ik geïrriteerd.
‘We kunnen hem ook wegbrengen’, stelde ze voor.
‘Ik kan het zelf.’
‘Nou, je bent al een half uur bezig.’
‘Ja, en als je zo blijft doorzeuren, duurt het nóg een half uur.’
‘Oké, ik snap hem.’
Ze liep de keuken in en ik haalde opgelucht adem. Voorzichtig schroefde ik het plastic schroefdopje van het schakelaartje en wurmde hem uit het voetje van de lamp. Vervolgens schroefde ik de snoertjes los en knoopte ze aan elkaar. Toen de stekker in het stopcontact. Geen licht.
Ze keek van een afstandje. ‘Hij doet het niet, hoor!!’
‘Dat meen je.’
‘Ja, ik zie niks branden. Is de schakelaar dan wel goed?’
‘Ik ben nog bezig.’
‘Misschien toch dat stekkertje….’
‘Nee, want ik heb al gezegd dat er geen stekkertje aanzit.’ Ik begon mijn geduld nu echt te verliezen.
‘En ik zie je net de stekker in het stopcontact steken. Of ben ik nou gek.’
‘Dat behoort zeker tot de mogelijkheden’, mompelde ik. ‘Dat is een andere stekker dan die jij bedoelde. Jij bedoelde een stekkertje bij de lamp toch? Of ben je nu van gedachten veranderd in een ultieme poging je gelijk te halen.’
‘Zoek het uit’, klonk de keuken.
Ik probeerde de schakelaar weer te verbinden. De snoertjes erin, schroefjes aandraaien en het dingetje in het voetje prutsen.
Het viel niet mee. Mijn vingers waren toch iets lomper dan het schakelaartje aankon.
De achterdeur ging open. De buurman kwam binnen.
‘Als je voor een kopje suiker komt, dat hebben we niet in huis’, zei ik.
‘Ben je aan het doen?’, vroeg hij.
‘Bart is de schemerlamp aan het maken. Maar het wil nog niet lukken.’
‘Wat mankeert er aan?’
‘Wat denk je?’, vroeg ik.
‘Onbetaalde stroomrekening misschien? Afgesloten?’
Vanuit mijn ooghoeken zag ik nu een aantal dingen gebeuren:
-Mijn vrouw legde haar wijsvinger verticaal op haar lippen.
-Mijn vrouw wees vervolgens naar de stekker op de grond.
-De buurman griste de stekker van de grond.
-De stekker ging met de snelheid van het licht in het stopcontact.
-Mijn vingers waren nog bezig met de schakelaar.
-Ik begon nu zelf licht te geven en schoot een meter van de grond.
-Mijn buurman verliet het getroffen gebied.
De stekker was niet langer onderwerp van discussie.
Bart
Copyright Brompot september 2017

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Reageer.

300
  Subscribe  
Notify of
Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better