‘Zeg schat, heb jij het alarm beneden aangezet?’, vroeg mijn echtgenote toen we het bed instapten. ‘Ik ben het vergeten.’

‘Alarm? Wat bedoel je met alarm? Ik heb niks aangezet.’
‘O, maar dan druk ik even op de knop. Dan slaap ik een stuk rustiger!’ Ze begon te lachen.
‘Wat bedoel je nou?’, vroeg ik ietwat pissig. ‘Ik snap het niet. Gaat het over de kat van de buren?’
‘Nee, ik deed die reclame na. Van dat beveiligingsbedrijf.’
‘Leuk. En wat nu?’ Ik keek haar aan.
‘Nu niks. Maar ik vind de aandacht wel leuk. Je keek alsof je een drol had vastzitten.’
‘Dan kijk ik niet, maar piep ik.’¬†
‘Maar alle drollen op een plankie: misschien moeten wij er ook eens naar kijken.’
‘Naar mijn drol?’
‘Nee, naar zo’n alarm. Lijkt me nuttig.’
‘Waar hebben we in Godsnaam een alarm voor nodig?’
‘Voor onze veiligheid. Ze zullen maar eens inbreken, snap je?’
‘Hallo, er ligt een waakhond naast je. Of ben je dat ook vergeten?’
‘Ik zie alleen een schorre, bejaarde, tandloze en luidpiepende schoothond.’
‘Dat zal, maar alles werkt nog prima’, lachte ik.
‘Mooi’, zei ze. ‘Dan zet hem nu maar uit. Trus!’
Bart

Powered by WPeMatico

Share

Related Post

Leave a comment

Close
Please support the site
By clicking any of these buttons you help our site to get better